Dromen bij jongeren 

 Angstverwerking in dromen

 

 

Angstverwerking in dromen

Het ervaren van angst is een poging van het lichaam om ons aan te zetten tot een juiste omgang met een daadwerkelijke dreiging. Hierdoor is het namelijk mogelijk te vluchten voor gevaar of er juist tegen te vechten.
De meeste angstervaringen doen we op als we erg jong zijn. Dan is het nog onmogelijk voor ons om onszelf, de anderen of de omgeving aan te kunnen. De reacties op angsten blijven vaak bestaan tot in de puberteit. Dan zijn ze niet meer langer noodzakelijk voor ons overleven of onze aanpassing aan het leven. Maar ook als er geen gevaar is, verstoort dit angstgevoel het denken en verlamt het ons gedrag. Daarbij bezorgt het spanningen in ons lichaam en weerhoudt het de mens om alle mogelijkheden als menselijke wezens vol te benutten en in te vullen.
Angst is alleen noodzakelijk als er echt gevaar is. Liefde en verzorging daarentegen zijn het hele leven noodzakelijk. Zonder zorg krijgen onze behoeften geen kans en verschrompelt de mens psychologisch, emotioneel en lichamelijk om vervolgens te sterven. Die onnodige angst weerhoudt ons vaak om het leven zo in te richten dat we liefde, zorg, affectie en verzorging ontvangen. Als de angst alles beheerst, voelen we ons nog sterker bedreigd omdat ook de natuurlijke behoefte op liefde onbeantwoord blijven.
 
Dromen helpen ons om tijdens de slaap op een goede manier met de angsten om te gaan. Dromen brengen de angsten naar boven en tonen ons dat middels symbolen. Het is een manier om met angsten om te gaan die we normaal gesproken weigeren te zien als we wakker zijn.
 
L.J. Thomas beschrijft het volgende geval. Er was eens een 7 jarig jongetje die een psycholoog bezocht omdat hij iedere nacht dezelfde nachtmerrie had. Hij droomde dat er een grote tijger was die hem achtervolgde. Hij was er zo bang voor geworden dat hij zich in bed bewoog alsof hij daadwerkelijk aan het rennen was. Dat rennen deed hij namelijk tijdens zijn dromen. De psycholoog vroeg hem om zich in zijn droom om te draaien en de tijger aan te halen. 'Voor geen geld zal ik die tijger aaien,' was het antwoord van de jongen. Hij was te bang vanwege de angst die hij voelde.
De eerstvolgende nacht begon hij weer te rennen, draaide zich om, wachtte even en rende vervolgens verder en werd wakker. 'Mamma, ik zag de tijger recht op me af komen maar ik kon hem net niet aaien.' Zijn moeder pakte hem vast, koesterde hem en moedigde hem aan dat de volgende nacht nog eens te proberen.
De volgende nacht begon de jongen weer in bed te rennen terwijl hij sliep. Hij stopte, draaide zich om in bed en strekte zijn hand uit. Plots trok hij zijn arm terug en begon weer te rennen. Hij werd wakker zeggend, 'Mamma toen ik de tijger probeerde te aaien, opende hij zijn mond en wilde mijn hand afbijten. Ik werd zo bang dat ik weer wegrende.'
De derde nacht stopte de jongen met rennen, draaide zich om en strekte zijn hand uit en maakte aaibewegingen met zijn hand in de lucht. Toen ging hij helemaal wakker rechtop zitten en riep uit: 'Mamma, mamma, toen ik de tijger aan het aaien was verdween hij!'
 
Hoeveel angsten achtervolgen ons niet die, als we ze onder ogen zouden durven zien en ze zouden liefkozen, plots zouden verdwijnen.
 

Gebruik gemaakt van: Thomas, L.J., Facing our Fears


   slaap en kleine kinderen    dromen bij jongeren     naar slaapproblemen         naar Senzar.nl 

Copyright Copyright 1997- 2008 Drs. Janne Geraets Drs. Janne Geraets