Mandala´s

 

Het woord Mandala komt uit een oud-Indische taal, het Sanskriet. Het woord betekent letterlijk 'cirkel', 'kring' en ook 'schijf'. In het oude India gebruikte men de mandala om te laten zien hoe de wereld in elkaar zat. De aarde zag men als een cirkelvormige schijf. Van de buitenkant vloeiden cirkelvormige 'ring-oceanen' en 'ringwerelddelen' naar het midden van alles, de wereldberg Meru (spreek uit Meroe). 

De boeddhisten zijn het gaan gebruiken als hulpmiddel bij concentratie-oefeningen, bij het genezen van mensen en ook om mensen inzichten te geven waardoor de mens beter kan zien wie hij of zij eigenlijk is. De mandala is nu een vierkant of rechthoek met daarin en er omheen cirkels, die symbool staan voor de mens. Bij meditatieoefeningen is het middelpunt het meest heilige en de oorsprong van alles dat bestaat, het Brahman.Oorspronkelijk werden de mandala´s op de grond gemaakt door met fijn gekleurd zand volgens precieze regels een figuur te maken. De speciaal hiervoor opgeleide monniken wisten daardoor dat iedere lijn, iedere vorm, iedere kleur een speciale betekenis had. Als het fuguur af was werd het weggeveegd en begon men opnieuw.

De bekendste vorm is de Kalachakra. In het midden zit Kalachakra, de god van de tijd, met in totaal 24 armen en heel innig de wijsheidsgodin van de tijd Vishvamata. Er wonen 722 goden in deze mandala.

Dat mandala´s niet vreemd zijn zien we als we in de natuur rondkijken. We zien de bloemen, de spinnenwebben, de sneeuwvlokken. Het zijn allemaal mandala´s.

Door het inkleuren of zelf maken van een mandala maak je een bepaalde vorm, een orde in jezelf. Dit geeft rust en genezing in jezelf. 

Copyrights 2004,  Janne Geraets

 

Terug naar Senzar.nl