|
Britt
van Megen ScheppingsverhaalS |
- Heel lang geleden
zat er alleen maar een heel klein
- zaadje
in de grond.
-
- Na
jaren en jaren en jaren begon er eindelijk een
- heel
klein bloemetje te groeien.
-
- Het
bloemetje kon zichzelf in leven houden door het
- beetje
water dat er in de grond zat op te drinken.
-
- Het
bloemetje groeide en groeide tot dat het een
- grote kleurrijke
bloem werd waarop allemaal kleine
- bolletjes
groeide.
-
- Opeens
kwam er een grote windvlaag die de
- bolletjes
van de bloem afblies.
-
- Een paar bolletjes
belande naast de bloem op de
- grond.
-
- Uit die bolletjes
ontstonden de dieren die op het
- land leven.
-
- Een paar andere
bolletjes belandde iets verder in
- een stroompje
water.
-
- Daar ontstonden
alle dieren die in het water leven.
-
- En
nóg wat andere bolletjes waren erg licht en
- vielen
niet op de grond maar bleven zweven.
-
- Daar
ontstonden alle dieren die in de lucht leven.
-
- De poep van de
dieren werden na twee dagen
- bloemen, planten,
bomen, bosjes, waterplanten, enz..
-
- De dieren van het
land liepen veel op één plek en
- daardoor
ontstonden kuilen.
-
- De
bergen ontstonden doordat een paar dieren erg
- slofte
en zo hopen zand maakte totdat het bergen
- werden.
-
- Op het bovenste
topje van de bergen ontstonden
- bloementjes.
-
- Op een gegeven
moment vond de berg de
- bloementjes niet
meer aardig en spuugde ze uit.
-
- De bloementjes
vielen op de grond en veranderde in
- mensen.
-
- De mensen aten van
de dieren en van de planten.
-
- De mensen wilden
ook wat licht aan de wereld geven.
-
- Ze
sprongen met z’n alle tegelijk op de grond en
- “floep”
daar waren de zon, maan, en sterren.
-
- De
mensen verdeelde zich over de hele wereld en de
- bloem
was het symbool voor het ontstaan van de
- mens.
-
Copyrights
2004 Britt van Megen
Copyrights
2004, Janne Geraets,
Naar
Kinderdromen Terug
naar Senzar.nl Naar
Kinderpagina