|
Iris Reinaarts ScheppingsverhaalS |

Er was eens een eiland. Het heette vlaka-land. Het eiland was heel dun bevolkt, er woonden ± 1000 vlakaa`s (mensen) en één daarvan was de boze koning Vladimier. Vladimier was een heel strenge koning en hij deelde vaak gemene en onrechtvaardige straffen uit. Dat was dé reden waarom de vlakaa`s ook zo bang voor hem waren. Maar er was nog iets waar de vlakaa`s bang voor waren: voor het zeemonster dat rond het eiland heen zwom. En het was vooral eng omdat het erg donker was, want er waren nog geen zon, maan en sterren.
Op een moment, toen alle vlakaa`s aan het slapen waren, was het enorm aan het
onweren en het zal je niet verbazen, maar de bliksem sloeg in. En nog wel in een
eekhoorn. Het arme dier was gelijk dood maar het volgende moment verscheen er
een heel mooi gevleugeld paard, genaamd Pego. En het was nog niet genoeg voor
die nacht, want een uur erna was er opeens een vulkaan uitbarsting. Nou ja,
vulkaan uitbarsting, zeg maar gerust vulkaan ontploffing. Zodra de vulkaan
ontplofte verscheen er een reus met 4 armen, genaamd Parchival.


Een paar uur daarna ging Parchival op onderzoek uit. Parchival kwam Pego tegen die even aan het uitrusten was. Parchival maakte een vlucht op de rug van Pego, toen ze terug kwamen waren het dikke vrienden. Maar tijdens hun vliegtocht hadden ze gezien dat de vlakaa`s erg onderdrukt werden en ze wilden hen helpen.
Daarom daagden Parchival en Pego koning Vladimier uit tot een duel. Ze moesten drie opdrachten maken, wonnen ze, dan werden Parchival en Pego de twee nieuwe koningen van het eiland. Zouden ze verliezen, dan werden ze gedood.
De eerste opdracht luidde als volgt: dood het zeemonster. Pego en Parchival vlogen weg en cirkelden rondom het eiland. Onderweg bedachten ze een manier om het zeemonster te doden. Ze wisten dat het zeemonster heel erg van verse vlakaa`s hield. Ze landden daarom op het strand, bouwden een vlot en voeren daarmee de zee op. Ze lokten het zeemonster door een biefstuk in het water te houden. Parchival had altijd een speer bij zich en dat kwam nu goed van pas. Na een poosje kwam het beest te voorschijn en hapte in de biefstuk. Parchival gooide de speer met al zijn kracht naar het monster, het monster werd geraakt en zonk naar de zeebodem. Er kwam wat bloed naar boven en het zweefde de lucht in. Daaruit ontstond de zon. Tevreden gingen Parchival en Pego terug naar koning Vladimier om het goede nieuws te vertellen en een beetje uit te rusten.
Opdracht twee was: drink in 24 uur 10 liter vlaka-bier zonder te stoppen. En omdat Pego daar ziek van zou worden als hij het dronk, stond Parchival er alleen voor. Die 24 uur daarvoor at en dronk Parchival niks, omdat Pego bang was dat ze het niet zouden redden ging hij hulp halen, maar hij was even vergeten dat Parchival een reus was. In die 24 uur lukte het Parchival om alle kratten vol met vlakaa-bier naar binnen te schrokken. Toen hij klaar was ging hij naar koning Vladimier om het hem te vertellen. Vladimier werd zo boos dat hij op de grond stampte en opeens vloog er een wolkje onder hem vandaan en daaruit ontstond de maan. Een paar uur later kwam Pego terug, maar hij had geen hulp kunnen vinden.
Bij hun derde opdracht moesten ze van een zinkend schip alle mensen van haaien redden die er omheen zwommen. Maar het schip was al half gezonken dus moeten ze er erg snel heen vliegen om de mensen nog te kunnen redden. Toen ze er eenmaal waren moesten ze snel handelen om de mensen te redden. De mensen stonden op het puntje van het schip dat als enige nog boven water was. Snel hees Parchival de mensen op Pego en ze konden er allemaal op zitten omdat Pego drie keer zo groot was als een mens. Uit dat schip kwamen opeens talloze sterren en vulden de hemel.
Zo kwam alles toch nog goed, want Pego en Parchival werden koningen van de dag en de nacht.

Copyrights
2004 Iris Reinaarts
Copyrights 2004, Janne Geraets,