|
Janneke
Scholten Mijn
eigen scheppingsverhaalS |
-
- Er
was een heeeel groot stuk land.
- Maar
op dat stuk land was niks alleen een grote eend.
- Hij
was zwaar en omdat hij zo zwaar was barste de grond
- en
werd in zeven stukken verdeeld.
- Al
die zeven stukken waren vierkant.
- De
grote eend kon op geen een stuk
- leven,
want ze waren allemaal te klein.
- Gelukkig
kon de eend vliegen en vloog de hele tijd om die blokken heen.
- Hij dacht:
‘als ik er niet op kan leven misschien kan ik er dan voor zorgen
dat iemand anders er wel op kan leven’.
-
- Maar wat hij ook
dacht hij kon er niet op komen.
- Hij vloog naar
een planeet het was niet meer een vierkant maar een cirkel.
- Er vlogen wat
kleine stukjes grond langs hem heen.
- Hij zei: ‘ik
noem dit stuk grond de aarde’.
- Toen hij dat zei
gebeurde er iets raars.
- Er kwamen bomen
en struiken.
- Hij was zo bij
dat hij moest huilen en daar ontstonden de eerste rivieren.
- Hij gaf de
andere planeten ook een naam.
- Helaas gebeurde
daar niks, dus vloog hij weer terug naar de aarde.
-
- Hij keek uren
naar de aarde, hij merkte dat hij kromp.
- Na een tijdje
was hij zo klein dat hij op het land kon gaan leven.
- Dus hij besloot
om daar verder te gaan leven.
-
- Op
een dag zag hij een hele mooie boom er groeide vruchten aan dus hij ging
er naar toe. Hij wou net een hap nemen toen hij een stem hoorde die zei:
‘eet niet van die vrucht’.
- Hij
keek om zich heen maar zag niemand.
- De
stem bleef maar doorgaan.
- Toch
bleef hij eigenwijs en nam er een hap uit.
-
- Na
een tijdje voelde hij zich niet zo lekker en ging liggen.
- Maar
zijn buik bleef raar doen.
- Opeens
kreeg hij nog een paar armen alleen niet de armen die hij had (vol met
veren) maar een
heel dun armpje en hele kleine vingers die helemaal
bloot waren.
- Toen
kwam het lijf eruit en tenslotte de benen.
- De
eend keek ernaar hij was heel anders dan dat wezen.
-
- En
na een tijdje kwam er nog iemand uit die er precies hetzelfde eruit zag.
Alleen waren ze van een ander gelacht.
- Hij
noemde het mensen.
-
- Later
kwamen er nog meer dingen uit. Die
noemde hij dieren en gaf elk soort dier een naam. Alleen
er kwam van elk soort niet één eruit maar twee een vrouwelijk geslacht
en een mannelijk geslacht.
-
- Later
kregen de twee mensen kinderen. En
die kinderen ook weer kinderen. En
die kinderen ook weer kinderen. En
die kinderen Enz……….
-
- Dus
eigenlijk zij wij allemaal familie van die ene grote EEND!!!!!!!
-
Copyrights
2004 Janneke Scholten
Copyrights
2004, Janne Geraets,
Naar
Kinderdromen Terug
naar Senzar.nl Naar
Kinderpagina