|
Lydia Winters De pijlers van de waalbrug |
Heel lang geleden, toen er nog geen auto’s bestonden, reed er een man en een vrouw met paard en wagen naar Nijmegen. Zij kwamen uit Elst. Toen ze bij de Waal kwamen, hadden zij een groot probleem. Hoe kwamen zij aan de overkant? Hun goederen waren bederfelijk. En moesten snel naar Nijmegen vervoerd worden.
De vrouw raakte in paniek en de ze riep: lieve hemel wat moet er van ons worden. Als we onze spullen niet verkopen, dan zullen onze kinderen verhongeren! De man werd er ook niet vrolijker van. En zei tegen zijn vrouw: hou eens op met dat gezeur. Zelfs de duivel wordt hier gek van. De duivel had dat gehoord. En verscheen voor de neus van de man en de vrouw.
Hij zei tegen de man: ik word niet zo gauw gek. Vertel me wat het probleem is en ik zal je helpen. De man was niet gek en dacht meteen: welke tegendienst moet ik nu leveren. Maar de arme man dacht niet verder na. En antwoordde: we moeten met onze spullen naar de overkant. Maar de brug is nog niet klaar. Voor dat het avond is moeten we het afgeleverd hebben. Da’s een fluitje van een cent. Zei de duivel. In ieder geval voor mij wel. Je begrijpt natuurlijk wel dat ik een tegendienst van je wil. Alles wat je maar wilt. Zei de man. Oké . zei de duivel. Jij moet helpen met het bouwen van de brug. Ja ja ja. Zei de man die alleen aan zijn spullen kon denken.
De duivel toverde de man en de vrouw en met hun spullen naar de overkant. Ze konden alles op tijd afleveren. De duivel waren ze ondertussen weer vergeten. Tot dat ze bij de Waal aan kwamen. Daar stond de lieve duivel met zijn hoorntjes op ze te wachten. Nu is het tijd om je schuld in te lossen, zei hij. De man en de vrouw deden alsof ze van niets af wisten. Waar heb je het over? Zeiden ze. De duivel vertelde dat er geld in hun zakken zat. En dat hij daar aan mee heeft geholpen. Als je nog 1x ontkent dat je mij een belofte hebt gedaan, dan raak je al je geld kwijt. We weten van niets, zeiden de man en de vrouw. Op het moment dat ze dat zeiden, voelden ze hun zakken lichter worden. Ze werden zo boos dat ze veranderden in de eerste pijlers van de Waalbrug. Zo kwamen ze hun belofte toch nog na.
En de kinderen van de man en de vrouw, die werden bedelaars op de Waalkade.
Copyrights 2005 Lydia Winters
Copyrights 2003- 2005, Janne Geraets,