Maartje Belt

De zonnebloem

Er zweefde heel lang geleden een zonnebloem door een grote, lege, donkere ruimte.

Die zonnebloem was geen gewone zonnebloem maar een hele speciale, want zij had namelijk speciale pitjes. Na een tijdje vielen haar blaadjes en na tijden zweven door de ruimte waren de blaadjes uiteindelijk een bol geworden: de Aarde.

De zonnebloem moest huilen want zij was haar blaadjes verloren, de tranen werden de meren en zeeën. Maar er was nu nog steeds alleen de aarde met water meer niet. De zonnebloem wist niet wat zij moest doen, ze was haar bladeren kwijt! haar mooie bladeren! En naar een tijdje vielen ook haar pitjes. Die kwamen op de aarde half in de grond. En weer moest Zonnebloem huilen ze was eerst haar bladeren kwijt en nu haar pitjes! Haar tranen vielen weer op de aarde. Dat vonden de pitjes wel fijn want ze kwamen nu eindelijk uit, maar er kwamen geen zonnebloemen uit nee, het waren speciale pitjes. Er kwamen vogels uit en bomen, planten, struiken en allemaal andere dieren.

En twee pitjes kwamen nog niet uit, en dat vonden de dieren wel vreemd. De dieren gingen zoeken naar dingen die ze als dekentje konden gebruiken dat de pitjes warm bleven. Alle dieren gingen zoeken ze namen gevallen blaadjes mee, wat schapen stonden een beetje wol af en de dieren gingen ’s avonds erbij staan met hun warme adem. Elke nacht gingen de dieren erbij staan en overdag gingen ze slapen want ze waren moe van de hele nacht opblijven. Een nacht sliepen ze door, ze waren te laat gaan slapen. En toen kwamen de laatste twee pitjes uit ja, ze dachten dat dat de laatste waren. Er kwamen geen dieren uit nee, er kwamen twee mensen uit. Een man en vrouw. De man en vrouw gingen op pad ze wilden wel weten waar ze waren. Ze liepen en liepen en opeens kwamen ze bij de slapende dieren en besloten ze niet wakker te maken. En ze liepen verder over de wereld. en toen werd opeens een paard wakker en maakte de rest wakker en zei: We sliepen door en zijn niet wakker geworden om naar de twee pitjes te gaan en gingen daar kijken. De pitjes waren kapot en meer was er niet! ze wisten niet wat ze moesten doen en gingen terug naar hun slaapplaats om te overleggen.

Intussen liepen de mensen verder en kwamen een groot lichtgevend pitje tegen en waren een beetje bang. Ze besloten terug te lopen naar de dieren om ze wakker te maken. toen ze daar kwamen schrokken de dieren. Wat zijn dat voor een dingen? Een dier riep ik weet wat er met die pitjes is gebeurd! Zij hebben ze kapot gemaakt en ontvoerd! Niet waar zeiden de man en vrouw wij komen uit die pitjes. Een koe vroeg: komen jullie echt uit die pitjes? De vrouw zei: Ja echtwaar. Toen geloofde de dieren dat wel en waren niet meer boos. De man zei opeens: Wij kwamen terug omdat we iets engs hebben gezien. Oj a zei de vrouw, we zagen een heel eng lichtgevend pitje. Komen jullie mee dan gaan we kijken wat erin zit. De dieren gingen mee. Ze gingen op pad maar het was wel een beetje eng, de dieren wisten niet waar ze heen gingen. Toen ze daar waren schrokken de dieren. De dieren en de man en vrouw gingen overleggen wat ze er mee moeten. Na lang praten zei de man: ik ga er wel heen en maak de pit kapot met een steen. Iedereen riep door elkaar: niet doen, goedzo, voorzichtig. Maar de man deed het toch. Hij zocht een steen en gooide die ertegen aan, en viel naar achter. Er kwam een hele grote straal uit opeens was er een zon aan de hemel, dat was lekker warm.

Iedereen keek vol bewondering naar de zon, ’s avond ging de zon weg dat was wel jammer maar, er kwamen een heleboel sterren en een maan.            

 

Copyrights 2004 Maartje Belt  

Copyrights 2003- 2005,  Janne Geraets,

Naar Kinderdromen Terug naar Senzar.nl  Naar Kinderpagina