Manon Gerdsen

Scheppingsverhaal en mijn geboorteS

Scheppingsverhaal,

Hoe is de aarde nou eigenlijk ontstaan?
In het duister leefde twee prachtige bloemen, die licht gaven aan het duister omdat ze zo fel gekleurd waren. De ene bloem was blauw met groen en de andere was roze met rood. Ze hielden heel erg veel van elkaar. Elke dag keken ze elkaar heel lang in de ogen. Maar wat zouden ze gedacht hebben?
Ze omhelsden elkaar met een dikke knuffel, en zo voelden ze elkaar aan. En dat ging zo een lange tijd door. Tot op een dag het omhelzen niet meer gebeurde. De bloemen waren heel erg slap gaan hangen. Toen vielen de bloemen tegen elkaar aan, en toen…
De bloemen groeide aan elkaar vast en er ontstond een bol die als maar groter en groter werd.
 
De grote bol werd de aarde.
Aan de bloemen zaten bladeren die van alles voorstelden.
De bladeren bij de mannelijke bloem stelden mannelijk dingen voor en de bladeren bij de vrouwelijke bloem stelden vrouwelijke dingen voor.
Op de bladeren van de bloemen stond geschreven wat het moest voorstellen. En zo vielen de bladeren af en ontstonden de dingen die op de bladeren waren geschreven.
 
Op het eerste blad van de mannelijke bloem stond geschreven, dat het de zee en de rivieren waren.
Op het tweede blad stonden de planten en de bomen.
Op het derde blad stond de hemel.
En op het vierde blad stonden de bergen.
 
Op het eerste blad van de vrouwelijke bloem stond geschreven, dat het de sterren en de maan waren.
Het tweede blad bracht het licht.
Op het derde blad stonden de wolken.
En op het vierde blad stond de zon.
Zo was de aarde compleet, met alle dingen die nodig waren om goed en in een vrije staat te leven.
De stelen van de bloemen lagen nog steeds op de grond. Wat zou dat worden?
De stelen scheurden naar jaren open en uit de steel van de mannelijke bloem ontstond een man en uit de steel van de vrouwelijke bloem ontstond een vrouw.
De man was groot en sterk en de vrouw was klein en slap.
Zo was er een overeenkomst en kon er voortplanting ontstaan. Eerst aaide de man over de bloem en dan aaide de vrouw over de bloem. De bloem begon dan te gloeien. En uit die bloem kwam een kind. Je kon zien of het een jongen of een meisje werd. Want als de gloed blauw was werd het een jongen en als de gloed rood was werd het een meisje.
En zo ging dat als maar door.
En zo kwamen er dus elke keer weer nieuwe mensen. De aarde was de levende wereld. De voortplanting van de mens.

De aarde rijm,
De aarde is ontstaan,
want het is een grote baan.
De voortplanting van de mens,
noem je kind bijvoorbeeld Rens.
De aarde kan niet bewegen,
en we kunnen hem ook niet wegen.
De planeten,
kan je ook niet meten.
We kunnen hier goed leven,
en elkaar alles geven.
De hemel en het licht,
de sterren en de plicht.
Planten zijn er gegroeid,
bloemen zijn gebloeid.
Het is een grote bol,
en ook helemaal vol.
Met mensen kinderen en dieren,
en daarom is dit te vieren.
Daarom dit rijmpje,
dit is een goed geheimpje

         
 
     
 

 

         
   
 
     
 
 
 

 

 

 

 

 

 

Mijn geboorte

Er was eens een klein boompje. Die uitgroeide tot een grote boom vol grote bessen.
De man en de vrouw van het boompje waren zo verliefd dat het tijd was voor een kind.
Op een dag begon één bes heel erg te gloeien. En dat duurde dagen, weken, maanden en zelfs jaren. Tot op een dag de bes openbrak. En daar een pit uit kwam. Maar dat was niet de bedoeling. En weer moesten ze dagen, weken, maanden en zelfs jaren wachten, voordat er misschien een nieuwe pit open zou breken. En in die lange tijd gebeurde weer van alles. Ze dachten na waarom het zolang duurde. Zou het een bijzonder kindje worden dat het zo lang duurt.
Toen zei de vrouw ik ga even wat water halen want dan kunnen we die pit planten en dan groeit die later ook weer uit tot een bessenboom. Toen de pit in de grond zat en de man er een beetje water overheen goot, gebeurde er iets.
In de grond kwam een heel diep gat. En uit dat gat kwam een wit doek tevoorschijn. De man ging tegenover de vrouw zitten en keek de vrouw diep in de ogen aan, het doek lag in het midden. En opeens werd het doek een kindje.
De vrouw omhelsde de man meteen. Het kindje lag doodstil op de grond. De vrouw wist niet wat haar overkwam, ze wou het zo graag en nu was het er.
Het bijzondere kindje dat na jaren geboren was, was een meisje geworden.
De man en vrouw moesten ook nog nadenken over de naam van het kindje.
Ze piekerden en peinsden…
Het was moeilijk, want er waren wat verschillen. De man wilde het Adonia noemen en de vrouw wilde dat het kindje de naam Manon kreeg. De man ging akkoord, oké we noemen het kindje Manon.
Ze waren zo gelukkig met z’n drieën, hun uit elkaar halen zou niemand lukken. De dagen waren voor hen heel erg kort.
Ze gingen iedere dag naar het meer. Daar gingen ze zich dan wassen.
Het eten haalden ze van de planten en bloemen in de omgeving. Maar een volgend kind zou er niet meer komen. Want pas na een paar jaar beseften de vrouw en de man pas echt goed wat het nou eigenlijk allemaal inhield. Maar door de jaren heen leefden ze gelukkig.
 
 
 
 
De geboorte rijm,
 
Ik ben geboren,
en nog niet verloren.
 
Ik woon nu goed,
met al mijn moed.
 
Samen met pa,
en ma.
 
We zijn heel blij,
en ook heel vrij.
 
Ik ben geboren uit een bes,
en niet opengesneden met een mes.
 
In het begin was ik klein,
en dat was heel erg fijn.
 
Iedereen is anders geboren,
en gaat ook anders verloren.
 
Iedereen heeft een andere eigenschap,
en dus ook een andere levensmap.
 
Dit is mijn geboorterijm,
en ook weer mijn geheim.

 

Copyrights 2003-2004 Manon Gerdsen 

Copyrights 2004,  Janne Geraets,

Naar Kinderdromen Terug naar Senzar.nl  Naar Kinderpagina