- Ooit lang lang lang geleden miljoenen,
miljarden jaren geleden, nog voordat er mensen waren. Was er een reusachtig
ei misschien wel tien keer zo groot als onze zon nu is.
- Op een dag begon het ei te schudden en te
kraken. Heel langzaam kwam er een barst in het ei en er kwam een klein
geschubd vingertje uit. Er kwamen steeds meer barsten in.
- Opeens rolde er een klein draakje uit.
Zoals de meeste pasgeboren baby’s doen begon het kleine draakje te huilen.
De tranen bleven zweven in de lucht en begonnen te gloeien en dat zijn nu
zoals wij ze kennen de sterren.
- Maar ineens moest het kleine draakje ook
niezen en het snot dat uit zijn neus kwam werd samen een grote gele bal die
wij nu kennen als de zon. Maar natuurlijk moesten de laatste restjes er ook
uit. Dus het kleine draakje begon in zijn neus te peuteren. De restjes die
hij eruit haalde rolde hij tot een balletje. Dat is nu de maan.
- Maar wat moest het babydraakje nu zonder
zijn moeder, dus het draakje ging op zoek naar zijn moeder. Hij vond haar na
lang zoeken. Sjonge jonge wat een honger kreeg je daarvan zeg dus hij ging
naar zijn moeder voor borstvoeding. Maar natuurlijk kunnen baby’s niet
drinken zonder te knoeien en hij liet een heleboel druppels vallen en dat is
nu onze atmosfeer.
- Maar nu de aarde nog. Maar van al dat
eten moet je ook wel eens poepen dus hij draaide een dikke drol midden in de
atmosfeer en hij moest natuurlijk ook even plassen.
-
- Dat is hoe onze zon, maan, sterren en de
aarde ontstaan. Inmiddels is de moederdraak al dood. Maar de babydraak heeft
nog steeds honger en eet een keer in de maand de maan op.
Copyrights 2005 Mischa Crolla
Copyrights
2003- 2005, Janne Geraets,
Naar
Kinderdromen Terug
naar Senzar.nl Naar
Kinderpagina