Pelle Brekelmans

Scheppingsverhaal

 

 

Op een dag schoot er uit het niets een lichtstraal die een klein bolletje projecteerde.

De lichtstraal werd breder en de bol werd groter,opeens was het stil…..er vlogen door het niets allemaal kleine lichtjes,dat waren de mensen. De lichtstraal schoot weer op de bol af maar dan veel en veel smaller.

Uit die straal viel een boom die begon te groeien tot hij half zo groot als de aarde was. De boom begon te bloeien en werd gelijk weer dor,er vielen allemaal kleine takjes af in de vorm van bomen. Die boompjes verspreidde zich over de hele bol. Die bol werd de aarde genoemd,hij was nu bezeten van flora maar er was nog geen fauna te bekennen.

Toen begon de grond te trillen, er kwamen allemaal dieren uitgekropen, eerst waren het kleine raptors stegosaurussen langnekken (dino’s),maar daarna waren het ook krokodillen herten paarden enz.

Toen alle dieren zich nestelde in de bomen en struiken, werd het opeens heel licht boven de bol, alle mensen die toen nog in lichtjes zaten dreven omlaag naar de bol toe. Ze landden op de grond en het lichtje om hen heen verdween,eerst bleven de mensen nog even beweegloos op de grond liggen, daarna stonden ze op. Ze wisten nog niet waar ze waren maar dat wende gouw.

Op eens kwam er een licht geven de hele felle bol boven de aarde,ze probeerde de bol te pakken maar die zat te hoog.

Na een tijdje voelde de mensen hun maag rommelen, ze keken naar wat de dieren deden, die aten vruchten van de bomen en van de struiken. De mensen begonnen het zelfde te doen,ze begonnen ook te eten.

Na die ene appel rommelde hun magen nog steeds, dus ze dachten na hoe kan ik dat nu het beste stoppen. Ze gingen nog meer appels plukken, dat hielp wel. Ze dachten na een tijdje van hé die takken buigen(ze hadden zichzelf al een beetje verder ontwikkeld) ze braken een zo’n tak af en spande er een draad schors tussen zo bedachten ze de boog.

Op dat moment hoorde ze iemand schreeuwen:aaaaaaaaaaaaaah. Iemand was op een scherpe steen gaan staan,zijn voet bloedde.

Ze pakte de rode steen op en dachten van zo hé dit is scherp, hier kunnen we misschien wel mee op dieren jagen om te kunnen eten, ze sneden met de steen een kleinere en dunner tak af waar ze de steen aan bevestigde zo ontstond de pijl. De pijl ging een beetje scheef dus maakten ze blader aan het uiteinde vast nu ging de pijl nog beter,de pijl en boog waren klaar. Sommige dieren aten elkaar ook op, dus ze dachten dan zouden ze wel eetbaar zijn. Ze legde een pijl op de eerste boog die ze hadden,spande het touw richtte en zooooef….. de pijl raakte het hert waar hij op richtte dat viel op de grond.

Dit gaat wel erg makkelijk dus maakte ze maar meer van die bogen dat was niet zonder gevaar……… Ze konden nu goed voor hun eten zorgen, maar hoe moeten ze nu overleven, ze kunnen niet zo maar buiten blijven slapen dat was veel te koud, en bovendien veel te gevaarlijk, dieren kunnen ook mensen jagen.

De dieren willen zich ook wreken omdat de mens op de dieren heeft gejaagd,zo werden vele dieren vijand van de mens.

Ze zagen ergens wezen die heel erg op de mens leken. Maar dan ietsje behaarder,de aap verbond zich aan de mens.

Er was nog nergens vocht te vinden om te zorgen dat de mensen en dieren niet uitdroogden.

Steeds meer mensen stierven door uitdroging. De andere mensen vonden dat verschrikkelijk,en begonnen te huilen door hun emotie’s.

Ze merkte dat tranen ook vocht waren,ze vingen die op, maar daar kwamen ze ook niet veel verder mee.

De mensen begroeven de overledenen in de grond, want ze vonden het natuurlijk niet leuk om naar dode mensen te gaan kijken.

2 dagen nadat de eerste mens was begraven kwam er een plasje water op het graf te liggen,dat werd met de dag groter, dat gebeurde omdat er meer mensen stierven en er nog niet genoeg water was.

Na een nog langere tijd werd dat plasje een heel groot meer,daar wasden de mensen zich in en dronken er water uit.

Ze hadden nog steeds geen onderdak, dus namen ze weer hun voorbeeld aan de dieren,maar nu aan de vogels die maakten nestjes.

De mensen dachten na van hoe ze dat het beste zouden kunnen doen. Ze maakten bijna de zelfde nestjes alleen maakte ze dan de boven kant dicht zodat ze niet nat zouden worden of koud zouden worden.

Toen de eerste hut klaar was volgde meer mensen het voorbeeld van de bouwer en bouwde nog meer huisjes, een heel kamp zelfs.

Een groot huis was voor de oudsten van de groep met hun familie.

Met dat grote huis hadden de apen geholpen, de apen kunnen goed klimmen dus hielpen zij met het dak.

De apen werden goede vrienden van de mensen en alle mensen kende elkaar daar ook, jammer genoeg denken anderen mensen daar anders over, ze jagen op apen en verzorgen ze slecht.

Toen was er daar nog geen sprake van oorlog, iedereen hield van elkaar.

Maar later in de tijd werd het daar ook heel anders, de mensen gebruikten de bogen ook om als het ware op elkaar te jagen, dat is nu nog steeds zo.

En zo ontwikkelde de mens zich tot nu.

 

 einde

 

 

 

Copyrights 2004 Pelle Brekelmans  

Copyrights 2003- 2005,  Janne Geraets,

Naar Kinderdromen Terug naar Senzar.nl  Naar Kinderpagina