Tessa Welsing

GummieGommies

 

Er was niets.  Alles was zwart, stil en verlaten.  Het enige wat bestond was een roze kracht die als een grote wolk in het niets zweefde.  In die wolk van roze kracht en energie zweefde een wezentje. 

Het wist niet wat hij was en waar hij was.  Hij wist maar een ding: hij moest iets laten ontstaan. Iets reusachtigs, iets onbeschrijfbaar bijzonders dat nog miljoenen en miljoenen jaren moest blijven bestaan.  Maar hij had geen idee hoe hij dat moest laten gebeuren.  Hoe moest hij, hij in zijn eentje, die grote taak volbrengen?  Dat was het enige wat in zijn hoofd rondspookte.  Een eeuwige vraag waar nooit een antwoord op zou worden kunnen gegeven…

Maar hij kon daar  niet eeuwig blijven rondzweven.  Maar om zo’n grote taak te verrichten had hij op zijn minst een heel krachtige gave nodig of iets anders groots.  

Opeens werd het hem teveel.  Hij wilde dat grote iets laten ontstaan, hoe dan ook.  In zijn paniek deed hij het allereerste dat in hem opkwam.  Hij deed zijn bekje open en stootte een  oorverdovende aanvalskreet uit, tenminste, dat wilde hij doen.  In plaats daarvan stroomde die roze energie waar hij al zolang in had gezweefd in hem.  Dat gaf hem kracht. Een sterke wil om door te gaan met datgene wat hij moest bereiken. 

Maar wat moest hij nog meer doen… hij deed zijn bek nog een keer open en de energie stroomde nog een keer naar binnen.  Maar het stroomde niet meer door zijn lichaam.  Het bleef in zijn bekje zitten. 

Hij proefde de heerlijke zoete smaak.  Hij kauwde erop, maar na een tijdje was de zoete smaak verdwenen.  Hij hoefde het niet meer, dus wilde hij het uitspugen.  Maar het plotseling kleverige spul bleef aan zijn bek hangen.  Hij wilde het eraf blazen, waardoor een grote bel ontstond.  Hij blies harder en harder en de roze bel werd groter en groter, tot er geen lucht meer in het wezentje zat. 

Hij deed zijn bek dicht.  En dat was het begin van alles.  Er klonk een  raar geluidje wat een beetje op ‘‘kip’’ leek.  De  aarde was ontstaan.  Het was een grote roze bol met daar omheen een wolk van roze energie. 

 

Ze hadden het alle twee gehoord.  De twee kleine GummieGommies die in die grote roze bol zaten.  Dat geluid dat zoveel op ‘kip’ leek had hen leven gegeven en een plek om te bestaan. De GummieGommies waren kleine roze wezentjes.  Ze waren niet groter dan 5 centimeter en bestonden uit geleiachtig roze spul. Ze waren hun grote schepper heel dankbaar dat hij in zijn eentje hun leven had laten ontstaan. 

Ze kwamen uit de roze bol gekropen om hun meester te eren.  Ze noemden hun schepper  Kip, omdat dat het eerste geluid was dat ze hoorden. De kip was erg blij dat hij iets reusachtigs had laten ontstaan, maar hij wist dat hij nog lang niet klaar was.  Hij had dan wel die grote bol met die twee GummieGommies laten ontstaan, maar dan kon niet het enige zijn. Hij besloot zichzelf te vermenigvuldigen zodat hij meer kippen had om de aarde nog mooier en krachtiger te maken.  Zo ontstonden er nog vier kippen. 

De eerste kip maakte gras, planten, bomen en struiken.  Die maakte hij van een deel van de roze wolk die om de aarde zweefde. 

De tweede maakte een raar wezen met allemaal krulletjes.  Hij noemde hem het Schaap.  Hij maakte voor het schaap nog een schaap zodat zij samen nog meer schapen konden Schapen, die op hun beurt nog meer schapen schaapten.  Deze kip was namelijk een beetje lui….J  De schapen schaapten er lekker op los en zo ontstonden er nog meer schapen.  Maar ze waren niet altijd even zorgvuldig dus er kwam nog wel eens een raar schaap tevoorschijn die ze dan bijvoorbeeld hond, varken of leeuw noemden. 

De derde kip maakte van de roze wolk die nog om de aarde zweefde een zon, een maan en van de kleine stukjes die nog over waren de sterren. 

De vierde kip wou het water maken, maar er was geen roze spul meer over om dat te maken.  Maar wat zag hij nou?! Wat deden die schapen daar..? Er kwam allemaal sap uit hun kont.  Dat kon hij wel gebruiken om de rivieren, zeeën en meren van te maken. 

De opperkip de schepper van dit alles, zorgde dat de twee kleine GummieGommies uitgroeiden tot andere wezens, die hij de Mensen noemde. 

Hij gaf de mensen de gave dat als ze van elkaar hielden, ze samen een mensje konden maken dat hen nog meer liefde gaf. 

Zo ontstonden heeeeeeeeel veel mensen en nog meer mensen en nog veel meer…..en toen werd ik geboren.

 

Copyrights 2005 Tessa Welsing  

Copyrights 2003- 2005,  Janne Geraets,

Naar Kinderdromen Terug naar Senzar.nl  Naar Kinderpagina