Willem-Jan Toonen

Ione en Iona op de wereld

 

Miljarden jaren geleden is de mens ontstaan. De hele aarde bestond heel lang geleden uit een zoute bol. Dit was de eerste wereld.
In de eerste wereld kennen wij alleen maar tranen. Er was dus ooit een wereld zoals wij die kende maar die was zo naar dat er alleen nog maar zout over bleef. Want in deze wereld was alleen maar pijn, verdriet en leed.
Deze eerste wereld was ook verschrikkelijk omdat er niets was. Er was niets omdat niemand er kon leven door het zout, omdat de hele aarde uit zoutkristallen bestond. Maar na de eerste wereld ontstond er ook een tweede wereld, “onze wereld”.
Er ontstond een tweede wereld omdat de ijsplaneet Olympos veel te dicht langs de zon kwam. Daardoor vielen er twee druppels water op de zoutplaneet. Die twee druppels begonnen kronkelig maar wel met een kracht te groeien. Zo is het onweer ontstaan.
Maar er kwam nog iets moois uit die twee druppels, twee kleine behaarde op kromme poten lopende wezentjes. Dit waren Iona en Ione.
 
Deze gebeurtenis ontstond in zeven snelle seconden met geknetter, gekrijs en gebonk. Ione leek het eerst op de aller eerste mens, hoewel ze een kromme rug had en erg behaard was. Later onderging Iona dezelfde metamorfose als Ione.
Toen bleek maar weer als Ione en Iona hun best voor elkaar deden, zij rijkelijk beloond werden. Nog later krijgen ze weer een gedaanteverandering, en gaan op mensen lijken..  Het enige wat ons herinnert aan de eerste wereld waarin alles zo slecht was, dat zijn onze tranen.
Ione en Iona waren er als snel achter dat als ze bij elkaar waren en bij elkaar bleven en goed voor elkaar  zorgden, er geen tranen meer zouden vloeien en er dus ook geen zout meer kwam. Omdat ze zo goed voor elkaar zorgden kregen ze als beloning bloemen, bomen, gras, planten, reptielen, zoogdieren, vruchten, vogels en nog veel meer moois.
Hun liefde voor elkaar bracht hen samen en er voltrok zich een wondertje, genaamd Ioneza. Het kindje van Ione en Iona. Langzaam werd de schepping groter maar ook de problemen door de vele mensen die erbij kwamen.  Des te meer ze hun best niet deden er voor elkaar te zijn, des te sneller verdwenen er ook weer dieren en planten die ze hadden gekregen.
De schepping is: de mens is uit water ontstaan, de mens deed iets wat heel mooi was en toen was er leven. Maar zo nu en dan doen de mensen elkaar nog steeds verdriet of ze doen iets fout en dan stroomt er nog steeds zout.
In de tweede wereld is nog steeds te veel verdriet. Het enige wat in deze tweede wereld nog over is uit de verschrikkelijke wereld van toen is het zout in de tranen van verdriet. Als de mens maar lang genoeg huilt dan gaan we weer terug naar de zoutpilaren en dan zijn we weer terug bij af.
 
Onze opdracht als Ionen en Iona’s moet dus zijn: als paren, groepen bij elkaar blijven om samen naast en met elkaar te leven.
We moeten nu toe naar de derde wereld, naar de zoete tranen, tranen van geluk, liefde, vrijheid, blijheid.
We hebben dus ook nu, steeds weer, zelf de keus, om telkens opnieuw, alles zout te laten worden. Als je maar lang genoeg huilt dan gaan we vanzelf weer terug als zoutpilaar. Het zout dat we nu nog proeven als we huilen herinnert ons aan de zoutmeren en de zoutwoestijnen. Daar groeit nog steeds niets en dat is nog een stukje waar we de eerste wereld in terug kunnen zien. Dat is ook het stukje wat ons moet herinneren aan de tijd hoe slecht het weer kan worden.
In de derde wereld zijn er alleen maar zoete tranen en dat kun je alleen bereiken door elkaar lief te hebben.
 
 
  

Copyrights 2005 Willem-Jan Toonen  

Copyrights 2003- 2005,  Janne Geraets,

Naar Kinderdromen Terug naar Senzar.nl  Naar Kinderpagina