Slapen en dromen in de kunst

Moritz von Schwind

 

 

Der Traum des Gefangenen (1836)

Der Traum des Gefangenen (1836)

We zien een man in vrij nette kleding, achterover liggend tegen strobalen. Onder hem ligt een rood doek. Hij kijkt de diepte in, naar rechts boven.

In het midden van het schilderij zien we een klein vrouwfiguur die een kruik en een glas vast heeft. Ze zweeft en is omhult door de lichtbundel die van rechtsboven naar het hoofd van de gevangene links beneden schijnt.

In een nis staat een koffer. Daar bovenop staan 6 wezentjes, gnomen? De onderste twee hebben mooie gewaden aan en zouden geestelijken kunnen zijn. Op hun schouder staat een wezen. Daarboven staan drie wezens waarvan er een een staart heeft. Een van hen heeft een zaagblad waarmee deze het grote tralievenster probeert te bewerken.

Aan de linkerzijde is een deur met bovenaan een klein tralievenster.  Hieraan hangt een klein wezen (baby?) aan de tralie en probeert iets van buiten op te vangen.

Dit schilderij van Moritz von Schwind is door Freud in “Vorlesungen zur Einführung in die Psychoanalyse” in de jaren 1915 -1917 gebruikt om duidelijk te maken dat een droom kan ontstaan omdat er een heel dominerende situatie is, in dit geval de gevangenschap. De droom is de bevrijding voor de gevangene voor zijn probleem. De wens (bevrijding) vindt plaats door het raam. Dit is de plek waar het licht naar binnen valt en waardoor de gevangene uit zijn slaap gehaald wordt. De op elkaar staande kabouters staan symbool voor de posities die de gevangene zou moeten innemen als hij zichzelf zou willen bevrijden. Het bovenste wezentje heeft een zaag en doet datgene wat de gevangene het liefst zelf zou willen.   

Niet helemaal duidelijk is waarom de gevangene zijn ogen open heeft. Of is de duiding van Freud niet helemaal volledig? Bij de droom van Dali en Gala zie je Gala nog dromen met gesloten ogen. Zou het hier meer een dagdroom zijn?

Ook is nog een vrouwenfiguur te zien in de brede lichtstraal die de enge cel binnenvalt. Ze zweeft en heeft in haar handen een kruik en een wijnglas. Ze vult het glas.Het is bekend dat von Schwind een enthousiast vereerder van Beethoven was. Hij heeft in 1852 ‘Die Symphonie’ geschilderd.

 

Het zou kunnen zijn dat von Schwind aan de kerkerscène in Beethovens “Fidelio” heeft gedacht waarin de gevangene Florestans in een aria een droombeeld bezweert:

Und spür' ich nicht linde, sanftsäuselnde Luft?

Und ist nicht mein Grab mir erhellet?

Ich seh', wie ein Engel im rosigen Duft

sich tröstend zur Seite mir stellet.

Ein Engel, Leonoren, der Gattin so gleich,

der führt mich zur Freiheit ins himmlische Reich!

Dit zou ook heel logisch zijn omdat het vrouwelijk wezen letterlijk een centrale positie inneemt en in het licht zweeft. Het licht likt als van God van boven te komen.

juni 2004 Janne Geraets            

Slapen en dromen in de kunst            

naar droomduiding               naar Senzar.nl       naar Kinderpagina.info

 

Copyright © 1997-2004 Janne Geraets